Geluidsmetingen
Het inbrengen van palen of damwanden gaat veelal gepaard met een zekere geluidsbelasting. In sommige situaties wordt gevraagd om deze geluidsbelasting vast te stellen.
IFCO voert in dergelijke situaties geluidsmetingen uit met een geluidsmeter die op een statief wordt geplaatst, op hoogte van 1,40 à1,45 m boven het maaiveld. Per paal of damplank of anderszins worden de parameters veelal Leq, L10, L50, L90 en Lmax bepaald. Met deze parameters wordt het volgende bedoeld:
Leq : continu equivalent geluidsniveau [dBA]
L10 : geluidsniveau dat gedurende 10 % van de meettijd werd overschreden [dBA]
L50 : geluidsniveau dat gedurende 50 % van de meettijd werd overschreden [dBA]
L90 : geluidsniveau dat gedurende 90 % van de meettijd werd overschreden [dBA]
Lmax: maximum geluidsniveau [dBA]
Het komt regelmatig voor dat tijdens de geluidsmetingen ook trillingsmetingen uitgevoerd dienen te worden. In dergelijke gevallen kan de meetdeskundige zowel de geluidsmeter als de trillingsmeetapparatuur bedienen en de meetresultaten interpreteren.
Vaak wordt met betrekking tot de toegestane geluidsbelasting verwezen naar de Ciculaire Bouwlawaai uit 1981. Daarin wordt aanbevolen om voor heien in het algemeen als geluidseis een maximum equivalente geluidsbelasting Leq van 87 dBA op 15 m van de geluidsbron aan te houden. Het betreft het geluidsniveau tijdens de netto heitijd van de paal of de damwand.
|
 |
|